Het 2e spoor blijft een onderwerp waar veel onduidelijkheid over bestaat. Werkgevers, werknemers en zelfs professionals binnen HR en arbodiensten hebben soms verschillende opvattingen over wanneer en waarom het ingezet moet worden.
In deze blog bespreken we de vijf meest gehoorde vragen (misverstanden) over het 2e spoor en hoe het wél zit volgens de Wet verbetering Poortwachter.
1. “Goed dat het 2e spoor nu start, re-integreren op de eigen plek ging toch al niet goed en dat kunnen we nu loslaten.”
Een veelgehoord misverstand!
Het uitgangspunt is namelijk dat het 1e spoor (re-integratie binnen het eigen bedrijf) altijd doorloopt, tenzij de bedrijfsarts (BA) en arbeidsdeskundige (AD) zwart op wit vastleggen dat dit écht onmogelijk is.
Als dit niet helder en eenduidig is vastgelegd in hun rapportages, dan lopen 1e en 2e spoor parallel.
Zowel werkgever als werknemer blijven dan verplicht zich in te zetten voor beide trajecten. Dit voorkomt dat het UWV bij toetsing oordeelt dat het 1e spoor te vroeg is losgelaten wat kan leiden tot een loonsanctie.
2. “We moeten 2e spoor inzetten want de functie van deze medewerker komt te vervallen.”
Dat klinkt logisch, maar het klopt juridisch niet.
Als een functie vervalt, spreken we van een organisatorische wijziging. Dat staat volledig los van de Wet verbetering Poortwachter, die gaat over re-integratie bij ziekte.
Zelfs als de functie ophoudt te bestaan, blijft de werkgever verplicht om te onderzoeken of passend werk binnen het bedrijf mogelijk is (1e spoor).
Doet men dat niet, dan loopt men een groot risico: het UWV kan bij de WIA-beoordeling een sanctie van een jaar loondoorbetaling opleggen.
Kortom: een vervallen functie ontslaat niemand van de verplichting tot re-integratie in het 1e spoor.
3. “De medewerker is op dit moment niet belastbaar, dus 2e spoor is nodig.”
Dat is een misverstand dat we steeds vaker horen.
Een 2e spoor traject is intensief en vaak mentaal belastend voor de werknemer.
Wanneer iemand (nog) niet of nauwelijks belastbaar is, kan dit traject zelfs averechts werken op het herstel.
Ons advies: kijk kritisch naar de verslagen van de BA en AD.
Zijn er tegenstrijdigheden of vaagheden? Ga met hen in overleg.
Soms is een ‘light’ 2e spoor traject een goed alternatief mits dit in overleg met de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige wordt afgestemd.
4. “De medewerker wilde geen 2e spoor, dus we hebben het uitgesteld.”
Begrijpelijk vanuit menselijk oogpunt, maar juridisch gezien riskant.
Na één jaar ziekte is het namelijk verplicht om het 2e spoor op te starten, ook als werkgever en werknemer liever wachten vanwege verwacht herstel.
Het UWV kijkt niet naar de motivatie, maar naar de naleving van de wet.
Een te laat opgestart 2e spoor kan leiden tot een jarenlange loonsanctie een dure vergissing die voorkomen kan worden met tijdig handelen en goede documentatie.
5. “We doen het 2e spoor en arbeidsdeskundig onderzoek altijd bij onze arbodienst – we wisten niet dat dit ook onafhankelijk kan.”
Dat mag, maar het hóeft niet.
Werkgevers kunnen het arbeidsdeskundig onderzoek en het 2e spoor traject ook onafhankelijk inkopen bij gespecialiseerde bureaus, zoals Xynthesis.
Dat heeft vaak voordelen: meer maatwerk, snellere doorlooptijden en een frisse blik op de situatie.
Vraag gerust meerdere offertes aan en vergelijk niet alleen op prijs, maar ook op kwaliteit, begeleiding en slagkracht. U zult verrast zijn door de verschillen!
Tot slot
Het 2e spoor is geen formaliteit, maar een belangrijk onderdeel van duurzame re-integratie.
Door goed te begrijpen wanneer en hoe het traject ingezet moet worden, voorkomt u onnodige vertraging, frustratie en financiële risico’s.
Heeft u vragen over uw specifieke situatie of wilt u sparren over een lopend dossier?
Neem gerust contact op met Xynthesis wij denken graag met u mee.
